logo
OVER PLUS  -  PROGRAMMA  -  NIEUWS  -  ARCHIEF  -  LINKS  -  PERS  -  CONTACT  -  LOKATIE   

Film: The General

Peter Bogdanovich is niet alleen een gerenommeerde filmmaker uit de jaren 70, met name door ‘The Last Picture Show’ en ‘Paper Moon’. Als een van de grote kenners van de Amerikaanse cinema heeft hij ook verschillende boeken op zijn naam staan, onder meer over Orson Welles, Howard Hawks en John Ford. Toen hij het voorstel kreeg om ‘The Great Buster’ te maken, een documentaire over de stille komiek Buster Keaton (1895-1966), hapte hij meteen toe. ‘Er zijn twee mensen die ik heel graag ooit ontmoet had’, zegt Bogdanovich. ‘De Britse toneelschrijver en componist Noël Coward is de ene, Buster Keaton de andere. Ik was 27 toen Keaton in 1966 overleed en ik had al geprobeerd hem op te sporen. Achteraf ontdekte ik dat hij amper een paar straten verderop had gewoond in The Valley.’

Bogdanovich ontdekte Keatons werk via zijn vader. Die was opgegroeid met de stille cinema en nam de piepjonge Peter graag mee naar de voorstellingen in het MOMA in New York. ‘De eerste films die ik gezien heb, waren van D.W. Griffith, Chaplin, Keaton en hun tijdgenoten. Keaton was altijd mijn favoriet. Ik hield van zijn droge humor. In tegenstelling tot Chaplin was hij nooit sentimenteel. Het enige wat hem interesseerde, was de grap. Daarom voelen zijn films nu nog zo fris en modern aan. Hij was ook een begenadigd regisseur. Hij wist instinctief waar hij de camera moest plaatsen.’

Keaton was bovendien een veel betere acteur dan gedacht. Vanwege zijn immer uitgestreken gezicht kreeg hij bijnamen als ‘The Great Stone Face’, maar dat gelaat was toch bijzonder expressief. ‘Hij acteerde met zijn lichaam en zijn ogen’, legt Bogdanovich uit.

Ruben Nollet in 'De Tijd'.




Gerelateerd:

Website: klik hier...