 |
|
Archief
Binnenkort kunt u grasduinen in het uitgebreide archief van de PlusEtage. Hierbij alvast een voorproefje!
BAARLIJKE NONSENS
Een verhaal uit 1971: Eerste en laatste hoofdstuk
Overeenkomst met bestaande personen en toestanden voorkomend in dit verhaal is net zo toevallig als het feit dat u dit leest.
Woest bulderde de wind over de steppe tussen Baarle en Zondereigen. De regen donderstraalde tegen de vlakte, af en toe schoot een schichtige bliksemstraal door het jachtende zwerk. Het was meer dan bar. Alle huiskens hielden hun luikskens gesloten en de mensen zaten knusjes bij hun potkachteltjes.
Wie zou zich met zulk weer buiten wagen? Wie zou de elementen nog durven trotseren op dit nachtelijk uur?
Alleen kwaai vollek.
Zo kwam het ook dat op de steppe een luguber personage met een houten been rondsjokte, een hoed diep over de ogen, de kraag van de jas omhoog.
Wie kon dit wezen?
Het vlammetje van een lucifer verlichtte het gelaat van de vreemdeling: het was niemand minder dan Kromme Krelis van de Tommelse Berg! Ja, Kromme Krelis, wiens strafblad alleen al de helft van de gemeentebelastingen opeiste. Kromme Krelis die de ABC-gemeenten reeds talloze malen had opgelicht door te leuren met donateurskaarten voor het Behoud der Kleurlingen. Kromme Krelis die jarenlang gemeentesubsidies had opgestreken in zijn hoedanigheid van voorzitter van de fiktieve Vereniging van Edelweissplanters. Kromme Krelis wiens rekening in de plaatselijke kroegen tot een astronomisch bedrag was opgelopen. Kortom, Kromme Krelis, de op een na achterbakste gemeenaard van de Benelux.
Wat echter deed Krelis daar op de steppe in dit stormachtige weder? Hij was vast geen Edelweiss aan het planten en evenmin was hij op zoek naar Kleurlingen.
Neen, Kromme Krelis had een afspraak met zijn boezemvriend Gore Gerrit, een verre nazaat van markies De Sade. Deze Gore Gerrit was wel het meest dubieuze sujet dat ooit het levenslicht aanschouwen mocht. Opgegroeid in een familie bestaande uit zakkenrollers, beentjeslichters, handtekeningenvervalsers en meelkrokettenverkopers, werd op prille leeftijd zijn ziekelijk brein reeds beïnvloed door goedkope oorlogsromannetjes en films boven de 18. Op 9-jarige leeftijd reeds rookte hij als een Turk en zoop hij als een beroepsmilitair. Pas elf jaar oud begon hij het vermakelijk te vinden zijn familieleden effectief uit de weg te ruimen. Bij een bezoek aan de dierentuin duwde hij zijn moeder onder de olifanten. Het oogwatertje van zijn vader verving hij door nitroglycerine. Van zijn grootvader ontdeed hij zich door op de top van een helling diens rolstoel te laten schieten.
Dit vunzige personage nu huisde in een verwaarloosde hut op de steppe alwaar hij reeds geruime tijd een duivels plan uitbroedde. Thans was hij hiermee zo ver gevorderd dat hij de bijstand van zijn maat Krelis had ingeroepen om samen de plannen nader uit te werken. |
|
|